skip to Main Content

Een omgevingsfonds: één van de manieren om opbrengsten van een windpark met de omgeving te delen

Moderne windparken delen bijna altijd opbrengsten met de omgeving. Ook in Culemborg is dat het geval: in het oorspronkelijke plan met 6 windmolens (zoals in 2021 ingediend) deelden de omwonenden in de omgeving over vijftien jaar mee in €2,3 miljoen aan opbrengsten. De omwonenden en andere betrokkenen bij het gebied rond het windpark besluiten zelf waaraan ze dat geld besteden en hoe ze dat doen. Eén van de manieren om dat te doen is via een omgevingsfonds. Maar wat is dat eigenlijk, zo’n omgevingsfonds, hoe groot zou het kunnen zijn en waar kan het zijn geld aan besteden?

Wat is een omgevingsfonds?

Een omgevingsfonds, ook wel een gebiedsfonds genoemd, is een financiële constructie die bedoeld is om een deel van de opbrengsten van een windpark te delen met de omgeving en omwonenden. Vaak zijn het stichtingen met een bestuur bestaande uit omwonenden, of afgevaardigden van organisaties die actief zijn in het gebied rond het windpark. De NWEA-gedragscode 2020 Acceptatie en Participatie Wind op Land stelt als richtlijn dat €0,40-0,50 per gegenereerde MWh (1.000 kilowattuur) in zo’n fonds gaat. Stel dat in Culemborg omwonenden een omgevingsfonds een goed idee zouden vinden en de opbrengsten volgens deze richtlijn daarin zouden willen ontvangen, dan zou dat fonds in het oorspronkelijke plan uit begin 2021 €48.000 per jaar ontvangen.

Het idee achter omgevingsfondsen

Het idee dat windmolens hun voordelen delen met de omgeving is niet nieuw. De poldermolens die Nederlands droog legden, werden meestal beheerd door de waterschappen en deelden het voordeel van het pompen met de gemeenschap. En toen moderne windmolens op het toneel verschenen waren veel dorpen, vooral in Friesland, er snel bij om samen te werken door enkele dorpsmolens op te richten om hun hele gemeenschap voordelen te bieden, zoals dorpshuizen, clubhuizen, sportfaciliteiten, zwembaden en speeltuinen. Deze dorpsmolens, zoals die van Hitzum en Tzum, werden gefinancierd door deelname van lokale bewoners die de directe voordelen voor hun gemeenschappen zagen.

Drie Gelderse voorbeelden

Eén van de parken die meer bijdraagt dan de richtlijn van de NWEA-gedragscode, is Windpark Nijmegen-Betuwe, een windpark van de lokale coöperatie dat profiteerde van toentertijd hogere SDE++-subsidies en daardoor ook een hogere bijdrage kan doen. Die bijdrage is vastgesteld op €1 per MWh, ofwel ongeveer €22.000 per jaar. Dat park financiert projecten op het gebied van duurzaamheid, energiebesparing en duurzame energie, leefbaarheid en sociale samenhang. De projecten moeten zich in vier gebieden rond het windpark bevinden. Ze hebben elke twee jaar een subsidieronde en hebben twee keer geld uitgekeerd, in 2018 en 2020. In 2018 steunden zij zeven projecten: een kinderactiviteitenweek, een wijkfeest, lokaal theater, een kerktuin, mooi ontworpen naamborden, fondsen voor de aanleg van glasvezel en een evenementenaansluiting bij een voormalig kasteelterrein. In 2020, waren er negen projecten: ondersteuning van scouting, vier groene bewonersinitiatieven, het theater, informatiepanelen, gebruiksmaterialen voor een historische tuin en een subsidie om een dorpsblad en website bij te werken.

Een ander interessant geval is het project Centrale Gelderland in Nijmegen. Daar start het omgevingsfonds eerder dan dat de windmolens elektriciteit gaan opwekken. Ze verstrekten €20.000 voor elk van 2020 en 2021 om eventuele hinder door de bouw te compenseren, en gaven prioriteit aan degenen die het dichtst bij de windmolens wonen. De eerste ronde was in maart 2021, waarbij negen projecten werden geselecteerd. Dit waren een duurzamer schoolplein, een voedselbos, speelterreinen, materialen voor senioren, trainingsmateriaal voor jeugdsport, een speciale dag voor mindervaliden en het vergroten van de sociale samenhang en leefbaarheid van een buurt.

Betuwewind, de eigenaar van windparken Deil en Avri, heeft een duurzaamheidsfonds opgericht dit jaar om nieuwe initiatieven te ondersteunen in het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. Het fonds maakt dit jaar €300.000 beschikbaar voor projecten in West Betuwe. Ze zijn nu op zoek naar de eerste projecten. De verwachting is dat de komende jaren de bijdrage zal stijgen naar €1 miljoen en meer.

Voorbeelden van omgevingsfondsen buiten Gelderland

Twee windparken geven geld aan lokale duurzaamheidsgroepen om subsidies te verstrekken voor duurzaamheidsprojecten in het gebied. Windpark Hazeldonk stelt jaarlijks €10.000 ter beschikking aan BRES om ze te ondersteunen met het ontwikkelen van nieuwe ideeën en projecten. Coöperatie Windenergie Waterland deelt €100.000 van de winst van de twee windmolens met Stichting Duurzaam Waterland, die onder meer elektrische deelauto’s en groene daken financiert.

In Goeree-Overflakkee startte Deltawind in 2012 haar Windfondsen. Deze fondsen hebben verschillende overeenkomsten met projecten, die bedoeld zijn om de gebieden sociaal en ecologisch te verduurzamen. Windfonds Battenoert stelt €6.000 per jaar beschikbaar aan de twee lokale dorpen, Windfonds Krammer stelt €30.000 per jaar beschikbaar aan elk van de drie lokale gemeenten en Windfonds Goeree-Overflakkee zal gedurende 20 jaar € 0,50 per MWh verstrekken aan projecten binnen 3,5 km van het windpark.

Projecten die nu in aanbouw zijn

Net als Windfonds Goeree-Overflakkee hebben veel van de projecten die nu in aanbouw zijn ook regelingen voor een omgevingsfonds, veelal in lijn met de NWEA-richtlijn. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Windpark de Rietvelden in Den Bosch is van plan om €19.000 per jaar (gedurende 15 jaar) te besteden aan duurzaamheid, groen in de buurt, leefbaarheid, sociale verbetering en het beperken van eventuele negatieve effecten van het windpark.
  • Windpark Bijvanck tussen Angerloo en Loil is van plan elk van de dorpen €5.000 per jaar te geven voor een project of initiatief in en rond de dorpen op het gebied van leefbaarheid, ruimtelijke inrichting en duurzaamheid.
  • Windpark Horst en Telgt zal het fonds (€0,50 per MWh) verdelen over de locaties waar de windmolens staan, op basis van het advies van een commissie.
  • Windpark Weert geeft geld aan projecten die burgerparticipatie in de gemeenschappen rond het park omvatten.
  • Windpark Staphorst geeft jaarlijks een vast bedrag, onder meer aan een maatschappelijk fonds, om te investeren in recreatieve of educatieve verbeteringen.
  • Windpark Kabeljouwbeek in Woensdrecht stelt €15.000 per jaar beschikbaar voor leefbaarheid en/of duurzaamheidsprojecten binnen de dorpen Ossendrecht en Zandvliet.

Tot slot

Gelukkig erkennen steeds meer moderne windparken de rol die windenergie speelt in hun gebied en delen zij een deel van de opbrengsten via, bijvoorbeeld, een omgevingsfonds. Ook Windwinning Culemborg wil een bijdrage doen aan de omgeving. Als de omgeving daarvoor kiest kan dat ook in Culemborg via een omgevingsfonds gaan. Op deze manier doen windparken iets unieks ten opzichte van fossiele energiebronnen, waarvan niet wordt verwacht dat ze voorzien in een bijdrage aan de omgeving. Wind zorgt dus niet alleen voor schone energie, maar helpt mede dankzij omgevingsfondsen ook om het gebied om een windpark heen voor iedereen te verbeteren.

Back To Top